Wat we bedoelen met sporen
Met sporen of multitracks bedoelen we elk instrument en elke stem als apart audiobestand: kick, snare, overheads, bas, gitaren, toetsen, leadzang, backings. Stems zijn groepen daarvan, bijvoorbeeld alle drums samen. Voor een mix werken we het liefst met losse sporen, omdat we dan per bron kunnen bijsturen.
Heb je bij Variatesystems opgenomen, dan staan je sporen al klaar en hoef je niets te doen. Deze gids is voor wie thuis, in een oefenruimte of in een andere studio heeft opgenomen.
Formaat en samplerate
| Onderdeel | Wat we vragen |
|---|---|
| Bestandstype | wav of aiff, mono of stereo zoals opgenomen |
| Bitdiepte | 24 bit of 32 bit float |
| Samplerate | de rate van je sessie, meestal 44,1 of 48 kHz |
| Lengte | alle sporen vanaf hetzelfde nulpunt, even lang |
| Verwerking | geen effecten op de master-bus |
Converteer niet naar een andere samplerate om het netjes te maken; lever aan in de rate waarin je hebt opgenomen. Mp3 of andere gecomprimeerde formaten zijn niet bruikbaar voor een mix.
Alles vanaf hetzelfde startpunt
De meest gemaakte fout is sporen die op verschillende momenten beginnen. Exporteer elk spoor vanaf het begin van de sessie, ook als het instrument pas na een minuut invalt. Zo zet de mixtechnicus alles in de eigen software op nul en staat het meteen synchroon. Vermeld daarnaast het tempo in bpm, zeker als het nummer tempowisselingen heeft.
Effecten: wel of niet meeprinten?
Lever elk spoor droog aan, dus zonder galm, delay of compressie die je in de mix hebt toegevoegd. Is een effect echt onderdeel van de klank, zoals een gitaarversterker-simulatie of een bewust vervormde synth, print die dan mee en stuur desgewenst ook een droge versie. Autotune of toonhoogtecorrectie die als creatief effect bedoeld is, kun je beter meeprinten en benoemen.
Heb je een ruwe mix die je goed vindt klinken, stuur die mee als referentie. Dan weet Variatesystems welke richting je op wilt en welke balans je gewend bent.
Bestandsnamen die zichzelf uitleggen
Gebruik een vaste opbouw: nummer, titel, instrument. Bijvoorbeeld 01_Haven_Kick.wav, 01_Haven_LeadZang.wav, 01_Haven_GitaarL.wav. Vermijd namen als Audio 14 of bounce_final2. Zet ook in de naam of er een keuze is, bijvoorbeeld twee alternatieve gitaartakes, en welke je voorkeur heeft.
Opnemen met het oog op de mix
Neem je nog op, dan kun je de mix al makkelijker maken. Laat genoeg ruimte op de ingangsniveaus: pieken rond -12 tot -6 dBFS zijn bij 24 bit ruim voldoende, en clipping is achteraf niet te herstellen. Neem een gitaar liever via de versterker en tegelijk via een DI-box op, zodat er later een schone versie beschikbaar is. Let op storende geluiden in de ruimte, zoals een koelkast, een laptopventilator of verkeer van buiten; ruis en brom kunnen deels worden verminderd, maar nooit helemaal zonder dat de klank eronder lijdt.
Zijn er takes die je bewust niet gebruikt, laat die dan weg uit de export. Hoe minder twijfel in de map, hoe sneller de eerste versie klaar is.
Checklist voor je upload
- Alle sporen als wav of aiff, 24 bit, in de oorspronkelijke samplerate.
- Elk bestand begint op hetzelfde nulpunt.
- Droge sporen; creatieve effecten apart benoemd.
- Logische bestandsnamen per nummer.
- Tempo in bpm en de toonsoort.
- Een ruwe mix en een of twee referentienummers van andere artiesten.
- Een korte notitie: wat moet opvallen, wat stoort je nu.
- Alles in een map per nummer, gecomprimeerd tot één zip.
Een downloadlink via een gangbare dienst is prima. Je bestanden worden verwerkt zoals beschreven in onze privacyverklaring.
Hoe de mix verder verloopt
Een mix kost € 220 per nummer of € 950 voor een ep tot vijf nummers. Je krijgt een eerste versie en daarna 2 revisierondes. Bundel je opmerkingen per ronde en geef ze met tijdcodes door, bijvoorbeeld: 1:12 zang mag iets naar voren. Dat werkt sneller dan losse berichten.
Bekijk de werkwijze op mixen van muziek en wat een master daarna toevoegt in masteren voor streaming. Vragen over je bestanden stel je via contact of per mail: [email protected].



